Het VvE-bestuur speelt een centrale rol in het dagelijks functioneren van een Vereniging van Eigenaars (VvE), maar de bevoegdheden van het bestuur zijn wettelijk beperkt. In tegenstelling tot gewone verenigingen heeft het VvE-bestuur geen algemene bestuurstaak, maar een meer beperkt takenpakket.
Artikel 5:131 van het Burgerlijk Wetboek (BW) geeft het VvE-bestuur in feite drie kernbevoegdheden. Ten eerste beheert het bestuur de financiële middelen van de VvE. Het bestuur is verplicht om na elk boekjaar rekening en verantwoording af te leggen over het gevoerde beleid. Daarnaast rust op het bestuur de plicht een adequate boekhouding te voeren, op grond van artikel 2:10 BW in samenhang met artikel 5:124 lid 2 BW.
Ten tweede voert het bestuur de besluiten uit die de vergadering van eigenaars heeft genomen. Dit volgt uit artikel 5:131 lid 3 BW. Het bestuur heeft op dit punt geen eigen beleidsvrijheid: het dient uitvoering te geven aan hetgeen de vergadering heeft besloten.
Ten derde heeft het bestuur een controlerende taak. Zowel ten aanzien van de gemeenschappelijke gedeelten als ten aanzien van de privégedeelten. ls het voor de uitvoering van deze taak nodig is, heeft het bestuur zelfs de bevoegdheid een privégedeelte betreden. Die bevoegdheid is geregeld in artikel 5:132 BW.
Uitbreiding van bestuurstaken in de splitsingsakte
De bevoegdheden van het bestuur reiken in beginsel niet verder dan de wettelijke taakstellingen. Het is overigens wel mogelijk om in de splitsingsakte een ruimere bevoegdheid toe te kennen aan het bestuur. In de regel gebeurt dat ook.



